Olijfbomen
Omdat ik elke dag gearresteerd kan worden
en mijn huis bezocht kan worden door de politie
om het te onderzoeken en te ´reinigen´
omdat ik geen papier kan kopen,
zal ik alles wat ik meemaak
en al mijn geheimen
kerven in de bast van de olijfboom op mijn
binnenplaats.
Mijn verhaal zal ik kerven en de hoofdstukken
van mijn tragedie
en mijn zuchten
om mijn akker en om de graven van mijn doden.
Al het bittere dat ik heb moeten slikken
maar dat tienvoudig vergolden zal worden
door het zoete dat nog komt,
zal ik daarin kerven.
Ik zal het nummer erin kerven
van elk perceel land dat van ons is geroofd.
En de ligging van mijn dorp, de grenzen ervan.
En de huizen die zijn opgeblazen.
En mijn bomen die ontworteld zijn.
En elke veldbloem die vertrapt is.
En de namen van hen die mijn zenuwen steeds
weer tot het uiterste wisten te spannen
mijn ademtochten
en de namen van mijn gevangenissen
en wat voor boeien om mijn polsen klemden
en de dossiers van mijn cipiers
en elk scheldwoord dat over mijn hoofd werd uitgestort.
En ik zal kerven: Kafr Qasim, ik ben je niet vergeten
En ik zal kerven: Deir Yassin, jij leeft nog altijd
in mijn herinnering
En ik zal kerven: wij hebben nu de climax van
het drama bereikt
En ik zal alles kerven
wat de zon mij vertelt
wat de maan mij toefluistert
wat de doden mij toevertrouwen
bij de bron, vanwaar de geliefden vertrokken zijn.
Opdat ik mij herinner
alle hoofdstukken van mijn tragedie
alle fasen van de rampspoed
gekerfd in de bast van de olijfboom
op de binnenplaats van mijn huis.
Dit gedicht is van Tawfiq Al-Zayad. Hij was burgemeester van Nazareth, de enige stad in Israël met een Arabische meerderheid. Al Zayad is auteur
van verschillende dichtbundels en studies over Palestijnse volksliteratuur.